KenniscentrumZiekte/Aandoeningbalzak en zaadbal › onvruchtbaarheid bij man › Infertiliteit (onvruchtbaarheid) bij de man

Infertiliteit (onvruchtbaarheid) bij de man

Bij sommige stellen duurt het enige tijd voordat de vrouw zwanger is: 1 op de 5 stellen die graag een kind willen, zijn na een jaar nog niet zwanger.
Er is medisch gezien sprake van verminderde vruchtbaarheid als na 12 maanden regelmatige en onbeschermde geslachtsgemeenschap met de vrouwelijke partner, geen zwangerschap is opgetreden. De kans op zwangerschap bij een vruchtbaar stel is ongeveer 20 tot 25% per maand.

Verminderde kwaliteit van sperma

Tussen het moment dat zaadcellen worden aangemaakt en het tijdstip dat zij bij de zaadlozing naar buiten komen zitten twee tot drie maanden.
Normaal komen er bij een zaadlozing 100 tot 200 miljoen zaadcellen vrij. De hoeveelheid, de beweeglijkheid en de vorm van de zaadcellen bepalen de kwaliteit van het zaad.
Van mannelijke onvruchtbaarheid is sprake als de normale eicel niet bevrucht wordt als gevolg van abnormaal sperma. Dit wordt onderzocht tijdens het spermaonderzoek.

Te weinig zaadcellen (oligospermie of oligozoöspermie)

Elke milliliter sperma of zaadvocht bevat normaal 30 miljoen zaadcellen. Bij minder dan 20 miljoen zaadcellen per milliliter spreekt men van te weinig spermacellen (oligospermie of oligozoöspermie).

Afwezigheid van zaadcellen (azoöspermie)

Bij volledige afwezigheid van zaadcellen spreekt men van azoöspermie. Er zijn diverse mogelijke oorzaken voor het ontbreken van de zaadcellen in het sperma. Sterilisatie is er natuurlijk één. Maar ook beschadigde zaadleiders kunnen de oorzaak zijn, bijvoorbeeld door een operatie of liesbreuk. Er kan ook sprake zijn van de afwezigheid van de zaadleiders, dit is een aangeboren afwijking.
Het kan ook zijn dat er een afsluiting (obstructie) zit in de zaadblaasjes of in de prostaat. Tevens zijn hormonale afwijkingen zijn van invloed.

Spermacelproductie afwijkingen

Afwijkingen in de productie van zaadcellen komen vooral voor bij infecties of ernstige beschadiging (trauma) van de zaadbal. Het is ook mogelijk dat er een aangeboren afwijking in de chromosomen bestaat waardoor de spermacelproductie in de testis nooit tot stand is gekomen.

Beweeglijkheid zaadcellen (asthenozoöspermie)

Om zich door het slijm van de baarmoedermond, door de baarmoeder en de eileiders naar de eicel te bewegen moeten de zaadcellen voldoende beweeglijk zijn. De beweeglijkheid is dus bepalend voor de kwaliteit van de zaadcellen: wanneer de zaadcellen niet voldoende beweeglijk zijn spreekt men van asthenozoöspermie.

Afwijkende vorm zaadcellen (teratozoöspermie)

Naast beweeglijkheid is ook de vorm van de zaadcellen van belang. Om een eicel te kunnen bevruchten moet de zaadcel juist gevormd zijn. Zaadcellen zonder staart kunnen bijvoorbeeld nooit de eicel bereiken, zaadcellen met een gesplitst of misvormd hoofd kunnen nooit de wand van de eicel doordringen. Bij elke man komt een groot aantal zaadcellen met afwijkende vorm voor, indien meer dan 70% van de zaadcellen afwijkt, spreekt men van teratozoöspermie.

Oorzaken van verminderde vruchtbaarheid

Bij 30% van de stellen die graag een kind willen ligt de oorzaak bij de vrouw, bij 30% bij de man en bij 30% bij allebei. Bij 10% van de stellen blijft de oorzaak onbekend.

Oorzaken voor verminderde vruchtbaarheid bij de man kunnen zijn:
  • Varicokele: een spatader in de balzak
    Door de varicokele worden de zaadbal en bijbal te warm. De lagere lichaamstemperatuur in de balzak is van groot belang voor de kwaliteit van het sperma.
  • Hydrokele: vochtophoping in de balzak.
    Een hydrocele verhoogt de temperatuur in het scrotum waardoor de productie van zaadcellen vertraagt.
  • Cryptorchisme: verborgen zaadballen
    Eén of beide testikels bevinden zich niet in het scrotum omdat ze niet zijn ingedaald. Als de testikels niet binnen de eerste maand of rond die tijd na de geboorte indalen in het scrotum, kunnen vruchtbaarheidsproblemen ontstaan. Niet-ingedaalde testikels kunnen chirurgisch worden hersteld, maar soms kan permanente schade ontstaan als de testikels niet vroeg genoeg indalen.
  • Immunologische infertiliteit: aanwezigheid van antistoffen tegen zaadcellen
    De antistoffen beïnvloeden de beweeglijkheid of maken het onmogelijk voor de zaadcellen om de wand van de eicel te doordringen. Dergelijke antistoffen zijn meestal aanwezig bij gesteriliseerde mannen en blijven dat ook na een eventuele hersteloperatie. Soms worden antistoffen ook vastgesteld als gevolg van een ontsteking of zonder aanwijsbare reden.
  • Erectie of ejaculatie problemen
    Indien geen erectie kan worden verkregen is het moeilijk om geslachtsgemeenschap te hebben. Bij operaties aan de prostaat of blaashals verdwijnt bij het klaarkomen het sperma soms in de blaas. Er is dan sprake van droog klaarkomen of retrograde ejaculatie.
  • Verstoorde hormoonbalans
    Verschillende hormonen kunnen in een te grote of kleine hoeveelheid worden aangemaakt. Dit geeft veranderingen in het functioneren van de zaadballen en de aanmaak van zaadcellen.
  • Afwijking in de genen
    Het Syndroom van Klinefelter is een genetische aandoening bij de man waarbij hij in zijn cellen minstens een X-chromosoom te veel heeft. Normaal gesproken heeft een man een X en een Y chromosoom. Bij deze aandoening heeft de man 2 of meer X-chromosomen dit kan onvruchtbaarheid veroorzaken.
  • Obstructie in de mannelijke genitale organen
    Zaadcellen worden vanaf de beide zaadballen verder geleid door een systeem van buizen. De zaadcellen starten in de bijbal, gaan door de zaadleider via de zaadblaasjes in de prostaat en vervolgens via de plasbuis naar buiten. In elk onderdeel van deze weg kan een versperring ontstaan waardoor het sperma niet naar buiten kan.
  • Enstige ziekte of aandoening
    Ziekten of aandoeningen die problemen veroorzaken zoals een verminderde nierfunctie of levercirrose zijn van invloed op de vruchtbaarheid.
  • Soa's
    Seksueel overdraagbare aandoeningen (SOA's) zijn in 10 tot 20% van de gevallen verantwoordelijk voor onvruchtbaarheid. Ook andere infecties kunnen tot verminderde vruchtbaarheid leiden.

Invloed van externe factoren

Externe factoren die vruchtbaarheid beïnvloeden:
  • Diverse medicijnen
  • Drugs- en alcoholgebruik
  • Roken
  • Regelmatig de sauna gebruiken of hete baden nemen: hoge temperaturen in de balzak hebben een ongunstig effect op de productie van zaadcellen.
  • Chemotherapie
  • Steroïden
  • Frequent contact met pesticiden (bestrijdingsmiddelen) of zware metalen zoals lood en kwik.

Behandeling

Behandeling van oligozoöspermie en azoöspermie (te weinig of geen zaadcellen) is sterk afhankelijk van de gevonden oorzaak. Als in de testikel een normale spermaproductie mogelijk is, kan met behulp van een kleine chirurgische ingreep zaad uit de zaadbal worden verzameld. Het is mogelijk om dit chirurgisch verkregen zaad via icsi (Intracytoplasmatische Sperma Injectie) in de vrouwelijke eicel te brengen. Op deze wijze ontwikkelt het embryo zich in eerste instantie in een reageerbuis (reageerbuisbevruchting). Later wordt het embryo teruggeplaatst in de baarmoeder.


 



Deel deze pagina: