KenniscentrumZiekte/Aandoeningprostaat › goedaardige prostaatvergroting › Benigne prostaathyperplasie, BPH

Benigne prostaathyperplasie, BPH

Goedaardige prostaatvergroting

De groei van het prostaat kent verschillende oorzaken waardoor plasklachten kunnen ontstaan. De urologen kunnen diverse onderzoeken doen naar de oorzaak van de plasklachten. Als deze worden veroorzaakt door de groei van het prostaat zijn er diverse behandelingen mogelijk.

De prostaat

De prostaat is een klier die prostaatvocht produceert voor de zaadcellen. De zaadcellen en het prostaatvocht vormen samen sperma. De prostaat bevindt zich aan de uitgang van de blaas, rondom het eerste stuk van de urinebuis.

Prostaatgroei

Naarmate de man ouder wordt neemt het volume van de prostaat toe. Het gewicht van een prostaat kan variëren van 10 tot 300 gram. De groei van de prostaat wordt beïnvloed door testosteron (mannelijk hormoon).

Blaasuitgangobstructie

De prostaat ligt om de urinebuis heen. Als de prostaat groeit kan deze de urinebuis dichtdrukken. Dit leidt tot een vernauwing of afsluiting van de blaasuitgang (obstructie). Hierdoor kan de urine moeilijk uit de blaas en ontstaan plasproblemen.
  • statische component

De groei van klierweefsel van de prostaat noemen we de onveranderlijke (statische) component van de afsluiting.
  • dynamische component

Ongeveer 40% van de prostaat bestaat uit (gladde) spiercellen die zich kunnen samentrekken. Door deze samentrekking kan ook een vernauwing in de plasbuis ontstaan. Dit is de ‘dynamische component’ van de afsluiting.

Deze samentrekking is niet voortdurend aan de orde en daarom treden de klachten m.b.t. tot het plassen niet constant op. Veel behandelingen van de blaasuitgangobstructie met medicijnen zorgen dat de spiercellen zich weer ontspannen om zo het plasprobleem te verminderen.

Plasklachten: LUTS (lower urinary tract symptoms)

LUTS vertegenwoordigt een groot aantal plasproblemen. De plasklachten die het meeste voorkomen bij een vergrote prostaat zijn:
  • een minder krachtige urinestraal
  • moeilijk kunnen beginnen met plassen
  • nadruppelen
  • urineverlies
  • aandrangklachten
  • zeer vaak moeten plassen
  • ’s nachts regelmatig moeten plassen
  • onderbroken straal Deze klachten wijzen niet altijd op prostaatproblemen.
Andere aandoeningen zoals een vernauwing elders in de plasbuis of blaasoveractiviteit kunnen deze klachten veroorzaken. Daarom is het van belang om bij deze klachten een volledig urologisch onderzoek te laten doen.

Hiervoor is ook een app ontwikkeld, zie informatie over de IPSS vragenlijst.

Onderzoeken naar een vergrote prostaat

Er zijn verschillende testen om te verhelderen of de plasklachten (LUTS) het gevolg zijn van een prostaatvergroting.
  • De uroloog luistert naar het verhaal van de patiënt en doet een lichamelijk onderzoek. Hierbij zal ook de prostaat worden onderzocht door via de anus de prostaat te bevoelen met de vinger.
  • Daarnaast helpt het om een symptoomscorelijst, de zogenaamde WHOPSS (world health organisation prostate symptom score) of IPSS (international Prostate Symptom score) in te vullen. Met het beantwoorden van de vragen krijgt de arts een indruk van de ernst van de symptomen. Hiervoor is ook een app ontwikkeld, zie informatie over de IPSS vragenlijst.
  • Het is noodzakelijk om een blaasontsteking uit te sluiten. Hiervoor wordt een urinemonster ingeleverd en onderzocht.
  • Bloedonderzoek zal het PSA (prostaatspecifiek antigeen) meten. De PSA-waarde geeft aanwijzingen over de aan- of afwezigheid van prostaatkanker. Door het bloed te onderzoeken kan ook de nierfunctie worden bepaald.
  • Op de polikliniek Urologie wordt een uroflowmetrie gedaan. Door in de flowmeter te plassen berekent deze de kracht van de urinestraal en de hoeveelheid urine die iemand uitplast.
  • Het is mogelijk om na de uroflowmetrie met een echografie te kijken hoeveel urine er in de blaas is achter gebleven. De hoeveelheid geeft een aanwijzing voor de mate van obstructie van de prostaat.

Mogelijke behandelingen bij vergrote prostaat met plasbuisvernauwing

Afwachten

Als de klachten niet direct aanleiding geven tot ingrijpen kan worden gekozen voor een afwachtende houding. Verschillende studies tonen aan dat zelfs indien symptomen duidelijk aanwezig zijn er niet automatisch sprake hoeft te zijn van verergering.

De behandeling met medicijnen

Alfablokker

Een van de redenen voor de plasproblemen is een vernauwing door samentrekking van de spierencellen in de prostaat (de alfa-1-adrenoreceptor gestuurde gladde spiercel). Het is mogelijk om de samentrekking van de spiercellen te blokkeren door middel van medicijnen, waardoor ze ontspannen en er meer ruimte ontstaat in de plasbuis. Hiervoor wordt een zogenaamde ‘alfablokker’ voorgeschreven.

Er zijn verschillende soorten. De meest gebruikte zijn de alfa-1-blokkers (tamsulosine, alfuzosine, doxazosine of terazosine).

Deze behandeling met een alfablokker geeft bij 30 tot 40% van de patiënten een verbetering van de klachten (bij een operatie is dit 80%). Na het starten met de alfablokker kan binnen 1 maand het maximale resultaat worden verwacht. Toch stopt 15 tot 30 % van alle mannen met deze medicijnen door het ontstaan van vervelende bijwerkingen:
  • Slapte van de penis (5%)
  • Duizeligheid (6%)
  • Hoofdpijn (2%)
  • Hinderlijke bloeddrukdaling (duizeligheid) bij snel opstaan (1%).
  • Retrograde ejaculatie (sperma gaat de blaas in bij klaarkomen) (8%)

5-alfa-reductaseremmers

Prostaatgroei wordt onder andere veroorzaakt door het mannelijke hormoon Testosteron. Het is mogelijk om de groei te beïnvloeden. In de prostaatcel wordt Testosteron omgezet in een werkzame stof (dihydrotestsoteron) die zorgt voor de groei van de prostaat.
Het medicijn ‘5-alfa-reductaseremmer’ verhindert het omzetten van Testosteron, waardoor de prostaat niet verder groeit of zelfs kleiner wordt. Uiteraard treedt dit effect pas na enige tijd op. (Alfa-reductaseremmers zijn bijvoorbeeld Proscar of Avodart).
Er zijn aanwijzingen dat de combinatie van een dergelijk medicijn met de eerder genoemde alfablokkers een elkaar versterkend effect hebben. Bijwerkingen komen nauwelijks voor.

Onderzoeken geven aan dat er soms erectiestoornissen(5%) kunnen optreden, net als libidoverlies (minder zin in sex) (5%).

Alternatieve behandeling met medicijnen

Anticholinergica

Een van de meest hinderlijke plasklachten die mannen ervaren is het vaak aandrang hebben om te plassen. Dit kan het gevolg zijn van blaasinstabiliteit door de vernauwing van de prostaat. Daardoor trekt de urineblaas samen zonder dat deze vol is. Dit geeft voortijdige aandrang die nauwelijks kan worden weerstaan. Dit symptoom is te behandelen met anticholinergica (o.a. oxybutynine, tolterodine) en maakt de blaasspier minder actief zodat deze niet telkens samentrekt.

Fytotherapie

Fytotherapie is een alternatieve geneeswijze welke gebruik maakt van de heilzame werking van planten of delen van planten. De werking van fytotherapie gaat de verschijnselen van de ziekte of kwaal tegen. Het is de oudste vorm van de geneeskunde. Veel patiënten zijn zelf al begonnen met het nemen van plantenextracten in pilvorm. Er zijn vele varianten verkrijgbaar (pygeum africanum, echinacea purpurea, serenoa repens, permixon etc).
Ongeveer 50% van alle pillen die genomen worden tegen klachten van de prostaat behoren tot fytotherapie. De meeste studies suggereren dat deze middelen weinig effect hebben.
Onlangs toonde een studie aan dat het effect van het middel ‘serenoa repens’ vergelijkbaar is met een 5-alfa-reductaseremmer.

Operatieve behandelingen van vergrote prostaat

TURP

De standaard operatie voor de behandeling van goedaardige prostaatvergroting is een TURP. Dit is een behandeling waarbij een gedeelte van de prostaat verwijderd wordt via de plasbuis. Deze operatie wordt zeer vaak uitgevoerd en is efficiënt en veilig.

Het verwijderen van een gedeelte van de prostaat gebeurt op de operatiekamer onder narcose of gedeeltelijke verdoving (ruggenprik). Via de plasbuis brengt de uroloog een buis in tot aan de prostaat. Door deze buis gaan een kleine camera met een lampje en een metalen lusje. Daarnaast vloeit er water doorheen. Het lusje wordt verhit waardoor het stukjes weefsel uit de prostaat kan snijden. De uroloog haalt zo het prostaatweefsel weg dat de plasbuis dichtdrukt. De prostaat wordt zo van binnenuit uitgehold. Op die manier wordt de sluitspier niet geraakt en ontstaat na de operatie geen incontinentie.
Het kapsel (bindweefselwand) van de prostaat wordt niet verwijderd. Het metalen lusje kan kleine bloedinkjes meteen dichtschroeien. De uroloog spoelt de blaas met een vloeistof zodat bloed- en weefselresten uit de blaas worden verwijderd.

Risico’s

Bij elke operatie is er een kleine kans op complicaties, zoals bloedingen en infecties. Na de operatie kunt u last krijgen van:
  • Retrograde ejaculatie: Na een prostaatoperatie verandert de zaadlozing. De kleine blaassluitspier die zich bevindt tussen de prostaat en blaas in, gaat bij een TURP verloren. Hierdoor zal bij een zaadlozing (een deel van) het sperma niet via de penis naar buiten komen, maar naar de blaas gaan. Het heeft geen gevolgen voor het gevoel dat bij een orgasme hoort. U kunt ook nog gewoon een erectie krijgen. Het verwekken van kinderen is echter niet meer mogelijk.
  • Nabloeding
  • Urineweginfectie
  • Aandrangsklachten (telkens het gevoel te moeten plassen) met in uitzonderlijke gevallen urineverlies. Bij 75% van de patiënten is er een verbetering van de klachten door deze behandeling.
Een TURP-behandeling gaat gepaard met bloedverlies en is daarom moeilijk uit te voeren bij patiënten die bloedverdunners slikken (Ascal, Acenocoumarol, Sintrommitis).

Folder

Er is een folder beschikbaar over de verwijdering van een gedeelte van de prostaat via de plasbuis (TURP).

Open prostatectomie, Hryntschak methode


Er zijn twee technieken die in Nederland worden toegepast bij een open prostatectomie. Bij de 'Hryntschak methode' wordt de prostaatvergroting via de blaas uitgepeld. Ook kennen we de 'Millin techniek' waarbij de uroloog door het prostaatkapsel het verdikte prostaatgedeelte verwijdert. 

In het Slingeland ziekenhuis wordt gebruik gemaakt van de Hryntschak methode.

De operatie gaat via een sneetje van 5 cm in de onderbuik. De blaas wordt geopend en met zijn vinger haalt de uroloog stukjes weg uit de prostaat. Hij pelt de prostaat als het ware uit. Het vergrote prostaatklierweefsel valt in de blaas en kan zo door de snee naar buiten worden gehaald. Omdat er wat bloedverlies zal zijn, plaatst de uroloog aan beide zijden van de uitholling in de prostaat een hechting. Deze hechtingen stoppen het bloedverlies grotendeels.
De operatie duurt 40 minuten. Na de operatie hebt u een katheter in de blaas via de plasbuis. De blaas wordt uitgespoeld via een continu spoelsysteem omdat er sprake kan zijn van een bloeding. Na de operatie zal er dus bloederige urine door de katheter stromen. Als na een of twee dagen de bloeding volledig is gestopt mag de katheter eruit en kunt u weer zelf plassen. De meeste mensen verlaten drie dagen na de ingreep het ziekenhuis. Thuis zal de blaas nog verder moeten genezen. Het kan soms nog 2-3 weken duren voor het plassen echt goed gaat.

Redenen

Redenen om wel een open prostaatoperatie uit te voeren:
  • Een zeer grote prostaat;
  • Een TURP behandeling is technisch niet mogelijk bij de patiënt;
  • Er zijn grote blaasstenen aanwezig. Redenen om geen open prostatectomie uit te voeren;
  • Kleine prostaat;
  • Littekenweefsel op de prostaat;
  • Prostaatkanker.
Zie ook: forumbericht over ervaring patiënt en het herstel na BPH-operatie

Complicaties

Mogelijke complicaties van een open prostaatoperatie:

Alternatieve behandelingen door middel van verhitting

Alle methoden zijn gebaseerd op het toedienen van hitte in de prostaat. Er zijn vele verschillende varianten.

TUNA (transurethral needle ablation of the prostate)

Via een katheter die in de prostaat wordt gebracht en waaraan een aantal kleine naalden zit, worden zogenaamde radiofrequente golven uitgezonden in de prostaat. Dit veroorzaakt hitte rondom de naalden. Als gevolg hiervan treedt necrose (afsterven van cellen) op. Deze dode cellen worden later gewoon uitgeplast. Hoewel deze methode daadwerkelijk voor ruimte zorgt in de prostaat, is maar een beperkte verbetering van de klachten mogelijk.
Mogelijke bijwerkingen zijn bloedingen, urineweginfectie en plasbuisvernauwingen.

TUMT (transurethral microwave thermotherapie)

De energie die wordt geleverd door een magnetron, kan via een katheter aan de prostaat worden doorgegeven. Deze katheter bevat tegelijkertijd een verkoelingssysteem zodat er geen verbranding is. De hitte zorgt voor het afsterven van cellen. Hierdoor krimpt de prostaat. Daarnaast worden de zenuwen die zorgen voor spiersamentrekking in de prostaat kapot gemaakt. Dit zorgt voor ontspanning in de spieren en zo neemt de obstructie af.
TUMT wordt aangeraden aan patiënten die veel risico lopen bij een operatie. Bij 55% van de patiënten ontstaat door deze behandeling een verbetering van de klachten.

HIFU (high intensity focused ultrasound)

Geluidsgolven kunnen hitte laten ontstaan in de prostaat. Dit gebeurt met een echokop, die via de anus wordt ingebracht tot vlak bij de prostaat. De geluidsgolven zorgen dat de temperatuur in de prostaat stijgt. Dit levert afsterving van cellen op waardoor de prostaat kleiner wordt. Deze therapie bevindt zich nog in de kinderschoenen.

TUVP (transurethral electrovaporization prostate)

Via een buis, die de uroloog inbrengt door de plasbuis, kan een camera tot in de prostaat worden gebracht. Zo wordt een sonde de prostaat ingeschoven. Deze sonde levert elektrische energie af in de prostaat. De cellen oververhitten en sterven hierdoor af en de prostaat wordt uitgehold waardoor meer ruimte ontstaat en de klachten verbeteren.

Laser prostatectomie

Laser prostatectomie is vergelijkbaar met TURP. In plaats van het verwijderen van het prostaatweefsel door een verhit lusje wordt het weefsel nu verwijderd door een laserstraaltje.




Deel deze pagina: