KenniscentrumAlgemeen › Bevoegd en bekwaam › Bevoegd en bekwaam

Bevoegd en bekwaam

kernbegrippen van de Wet BIG

Deze tekst is bestemd voor zorgverleners

Sinds december 1997 is de Wet Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg, ofwel de Wet BIG in werking getreden. De belangrijkste doelstelling van de wet is het scheppen van voorwaarden voor het bevorderen en bewaken van de kwaliteit van de beroepsuitoefening in de individuele gezondheidszorg. Het is een kwaliteitswet die beoogt de cliënt te beschermen tegen ondeskundig en onzorgvuldig handelen door de beroepsbeoefenaar.

Wet BIG moet cliënten beschermen tegen onzorgvuldig handelen

In de wet zijn een aantal instrumenten opgenomen waarmee bovengenoemde doelstellingen gerealisereerd moeten worden. Hulpverleners hebben in de afgelopen jaren met de meeste van deze instrumenten te maken gehad:
  • keuze maken voor registratie in het BIG-register;
  • het volgen van bijscholingscursussen in voorbehouden handelingen;
  • het opleiden en opgeleid worden in diverse werkvelden;
  • het afleggen van tuchtrechtelijke verantwoording.
In de (nabije) toekomst zullen er instrumenten bij komen, zoals de periodieke registratie en de regeling van specialismen.

Kennis van de Wet BIG is voor een zorgverlener van groot belang. Zij weet dan immers binnen welke wettelijke grenzen zij haar beroep mag uitoefenen, en wat de gevolgen zijn als zij deze grenzen overschrijdt. Verder is de zorgverlener beter in staat een bijdrage te leveren aan de kwaliteitsverbetering in de zorginstelling waar zij werkt.
De Wet op Kwaliteit van Zorginstellingen verplicht zorginstellingen tot het bieden van verantwoorde zorg. Onder andere door het inzetten van vereiste personele en materiële middelen. Dus ook vanuit deze wet is er een prikkel om de deskundigheid van medewerkers te bevorderen waardoor de bekwaamheid toeneemt.

Bekwaamheid op peil houden

In de Wet BIG staat het begrip bekwaamheid centraal. Bekwaamheid is het vermogen om in bepaalde situaties een handeling correct uit te voeren. Dit valt niet te bepalen aan de hand van een diploma maar moet in de praktijk worden beoordeeld. Het verrichten van handelingen zonder enig inzicht in de context waarbinnen de handeling plaatsvindt (het doel van de handeling, inschatten van de gevolgen van de handeling, hoe te handelen bij complicaties) wordt als onzorgvuldig handelen beschouwd. Dan ontbreekt dus de bekwaamheid.
Het op peil houden van de bekwaamheid is een verantwoordelijkheid van de individuele beroepsbeoefenaar en de werkgever.
Dit kan door:
  1. het voldoen aan vastgestelde opleidingseisen;
  2. bijscholing en toetsingen;
  3. handelingen frequent te verrichten. Standaard is gemiddeld eenmaal per 2 maanden.

Onbevoegde leerlingen

Hoe werkt het bij leerlingen? Zij moeten tijdens hun opleiding de gelegenheid krijgen handelingen te oefenen bij cliënten. Ook in leersituaties in de praktijk is de Wet BIG van toepassing. In deze leersituaties draagt de begeleider een grote verantwoordelijkheid. Hij/zij moet ervoor zorgen dat het verantwoord is dat de leerling de opdracht gaat uitvoeren en treft de extra noodzakelijke maatregelen.
De school en de zorgorganisatie dienen van tevoren vast te leggen aan welke eisen een leerling moet voldoen voordat hij of zij een handeling gaat uitvoeren. Meestal betekent dat dat leerligen een voldoende moeten hebben voor de theorietoetsen en de skillslabtoetsen. In haar BIG-beleid leg de zorgorganisatie vast welke handelingen leerlingen onder toezicht mogen oefenen en uitvoeren.

Liever een bevoegdheidsverklaring dan een bekwaamheidsverklaring

De opdrachtgever en de opdrachtnemer dienen te bepalen of de opdrachtnemer bekwaam is. Veel instellingen laten medewerkers BIG-cursussen volgen waarna een bekwaamheidsverklaring wordt afgegeven voor twee jaren. Dit wekt de indruk dat met de afgifte van deze verklaring de bekwaamheid niet elke keer opnieuw getoetst dient te worden.
Dit is echter wel het geval.
Zie ook: website inspectie voor de gezondheidszorg