KenniscentrumBehandelingen › urethraplastiek › Plasbuisvernauwing

Plasbuisvernauwing

Urethrastrictuur

blaas en plasbuis tijdens het plassen vastgelegd met een röngenfotoEen plasbuisvernauwing wordt ook wel urethrastrictuur genoemd (plasbuis = urethra). Dit ontstaat door beschadiging van het slijmvlies waarmee de plasbuis is bedekt. Dit kan op allerlei manieren gebeuren. Bijvoorbeeld doordat u als kind op de stang van de fiets bent gevallen. Zo kan er een beschadiging aan het slijmvlies ontstaan. Hierdoor kan vervolgens op latere leeftijd littekenweefsel ontstaan, waardoor de plasbuis vernauwt en een zogenaamde "strictuur" vormt.
Andere oorzaken van vernauwingen van de plasbuis zijn het plaatsen van een katheter voor een operatie, geslachtsziekten, ontstekingen aan de penis of een prostaatoperatie.

De plasbuisvernauwing begint meestal als kleine ringetjes en kan langzaam verergeren en daarmee de plasbuis zelfs volledig blokkeren en dit geeft plasproblemen. Vaak is de oorzaak niet bekend.

Polikliniek

De behandeling van plasbuisvernauwing is een speciaal aandachtsgebied binnen de polikliniek Urologie van het Slingeland Ziekenhuis. Ook van buiten de regio van het ziekenhuis komen patiënten speciaal voor het herstellen van de plasbuisvernauwingen naar deze polikliniek. Het aantal bezoeken dat een patiënt aan het Slingeland Ziekenhuis moet brengen, wordt daarbij zo laag mogelijk gehouden.

Problemen

Veel urologische aandoeningen uiten zich als plasproblemen. Is de normale afvoer van urine verstoord, dan geeft dit klachten. Deze klachten kunnen zijn:

  • een slechte urinestraal;
  • te vaak plassen;
  • vervelende aandrang om te plassen;
  • nadruppelen;
  • blaasontstekingen;
  • problemen met erectie en klaarkomen.

De gevolgen van een strictuur

Een strictuur geeft een verhoogde weerstand in de plasbuis. Naarmate de strictuur verergert neemt de weerstand toe. Urine kan er dus minder gemakkelijk langs. Om toch een goede urinestraal te houden gaat de blaas harder samentrekken. Dit geeft pijnklachten. Door de dagelijkse training van de blaas groeit de blaasspier. Deze doet letterlijk aan bodybuilding. Na jaren wordt deze dikker en ontstaan er uitstulpingen. Hierin blijft urine achter zodat er een verhoogd risico op blaasontstekingen ontstaat. Uiteindelijk functioneert de blaas niet meer en wordt plassen onmogelijk. Het is dus noodzakelijk om een strictuur tijdig te behandelen.

Eerste polikliniekbezoek

Al tijdens het eerste bezoek wordt de patiënt na onderzoek volledig geïnformeerd over de vernauwing en de behandelmogelijkheden.
Er volgt een gesprek over de klachten, de mogelijke oorzaak van de vernauwing, eerdere behandelingen en de algehele gezondheid. Daarna wordt direct het vervolgonderzoek (urethro-cystoscopie en röntgenonderzoek) uitgevoerd.

De diagnose

De uroloog zoekt uit wat de oorzaak van de klachten is. De oorzaak kan gelegen zijn in de blaas, de prostaat of de plasbuis.

Gaat het om een vernauwing van de plasbuis, dan is het noodzakelijk om te bepalen waar de zogenaamde strictuur zit en hoe uitgebreid deze is. Hiervoor zijn drie verschillende onderzoeken van toepassing, die allemaal plaatsvinden op de polikliniek Urologie.
Na de onderzoeken is de evaluatie van de vernauwing afgerond. De verschillende behandelmogelijkheden worden uitgebreid besproken met de patiënt. Als een keuze voor een bepaalde behandeling is gemaakt wordt een operatiedatum bepaald. Daarna vindt nog een bezoek aan het pr -operatiefspreekuur plaats bij de anesthesioloog.

Plastest (Uroflow onderzoek)

Bij dit onderzoek (uroflowmetrie) plast u in een metertje. Zo is te meten hoe krachtig uw urinestraal is.

Onderzoeken van de strictuur

  • Urethro-cystoscopie Röntgenfoto van een strictuur

Bij de cystoscopie krijgt u een plaatselijke verdoving. De uroloog schuift vervolgens een heel klein slangetje met daarin een camera (cystoscoop) in de plasbuis (urethra). Deze camera is verbonden met een monitor. De gehele binnenzijde van de plasbuis wordt gefotografeerd. De uroloog kan de vernauwing zo bekijken en de lengte en plaats van de strictuur bepalen.
  • Het röntgenonderzoek (retrograad urethrogram)

De uroloog legt een zeer klein slangetje in het begin van de plasbuis. Door dit slangetje wordt contrastvloeistof in de plasbuis gespoten, zodat de binnenzijde van de buis gevuld is. Met röntgenapparatuur wordt een foto gemaakt zodat de buis als een zwarte streep in beeld komt. De strictuur is als een vernauwing te zien.

Behandelmogelijkheden

Er zijn meerdere behandelmogelijkheden voor een vernauwing in de plasbuis. De behandeling is afhankelijk van de plaats, lengte en de oorzaak van de strictuur. Het doel van de behandeling is om de strictuur op te heffen en ervoor te zorgen dat er niet opnieuw een strictuur ontstaat. Dit valt niet mee aangezien een strictuur littekenweefsel is. Na een behandeling ontstaat altijd opnieuw littekenweefsel. De uroloog probeert ervoor te zorgen dat nieuw littekenvorming zo beperkt mogelijk blijft zodat niet opnieuw een strictuur ontstaat.

Elke plasbuisvernauwing is anders. Een volledig onderzoek is nodig om tot een goed behandeladvies te komen. Het is belangrijk om van tevoren alle mogelijke opties te bespreken. Zo bent u optimaal geïnformeerd over de mogelijke behandelingen en te verwachten resultaten. De vernauwing wordt opgerekt d.m.v. staafjesEen vernauwing kan worden opgerekt of ingesneden, het succespercentage van deze ingrepen ligt echter laag. Alleen een korte strictuur in een specifiek stukje van de plasbuis (het bulbaire deel van de plasbuis) komt hiervoor in aanmerking. Alle andere vernauwingen moeten hersteld worden, deze behandeling heet een urethraplastiek.
  • Oprekken van de vernauwing (Dilatatie)

De uroloog verdooft uw plasbuis. Vervolgens wordt de vernauwing langzaam opgerekt met behulp van in dikte toenemende staafjes. Deze behandeling dient herhaald te worden. In sommige gevallen leert de patiënten om zelf de plasbuis op te rekken, ook wel ‘Clean Intermittant Self Catheterisation’ genoemd.
  • Insnijden van de vernauwing (Sachse interne urethrotomie)

Deze operatie vindt plaats onder narcose of met een ruggenprik. De uroloog brengt via de plasbuis een buisje tot voor de vernauwing in. In dit buisje zit een camera en een mesje (of laser). Het mesje schuift uit het buisje en snijdt de vernauwing in. Hierdoor wordt de plasbuis weer wijder. De vernauwing wordt dan gepasseerd en de uroloog brengt een katheter aan in de plasbuis. De uroloog voert deze ingreep vaak uit. Bij een deel van de patiënten levert dit uitstekende resultaten op. Het voordeel is dat de ingreep weinig belastend en snel is. Een nadeel is dat er in 50 tot 70% van de gevallen opnieuw een vernauwing ontstaat welke dan meestal nog uitgebreider is. Een tweede poging om de vernauwing definitief op te lossen met deze behandeling, leidt in 90% van de gevallen tot een teleurstelling.

Herstellen van de plasbuis (Urethraplastiek)foto van de plasbuis met contrast: de gehele urethra is veranderd in een nauw kralensnoer

Urethraplastiek is een verzamelnaam voor verschillende operaties waarbij de plasbuisvernauwing wordt verholpen. In tegenstelling tot de hierboven genoemde methoden waarbij de vernauwing vanuit de plasbuis wordt benaderd, opent de uroloog bij deze operatie de huid en maakt de plasbuis geheel vrij.

Anastomotische urethraplastiek (uitsnijden strictuur)

Een mogelijke techniek is het wegsnijden van de vernauwing in het het bulbaire deel van de plasbuis en de twee uiteinden weer netjes aan elkaar te zetten. Dit kan omdat de urethra enigszins elastisch is en een S-bocht maakt, die na de operatie wat vlakker wordt. Het resultaat is het beste als de vernauwing kort is en littekenweefsel volledig verwijderd kan worden. De te verwijderen strictuur is dan niet langer dan 4 à 5 centimeter. De gehele strictuur moet worden verwijderd want als er littekenweefsel blijft zitten, vormt zich zonder pardon een nieuwe vernauwing. Het verwijderen van een langere strictuur zou een te korte urethra opleveren waarvan de uiteinden niet meer aan elkaar gezet kunnen worden.
De bedoeling is dat het litteken dat gepaard gaat met de genezing van deze wond geen nieuwe plasbuisvernauwing veroorzaakt.
Het succespercentage van deze anastomose is ongeveer 90%.
De uroloog moet voor deze operatie een snee maken tussen de anus en de balzak. De huid heeft hier zichtbaar een lijntje lopen. Na het openen van de huid en het onderliggende vet, bereikt de uroloog de spier die de urethra bedekt. Deze spier is verantwoordelijk voor het naar buiten persen van sperma tijdens het klaarkomen (ejaculatie). Deze spier wordt ingesneden en opengeklapt en later weer netjes over de plasbuis aangebracht en gesloten.
Om de plasbuis ligt ook het corpus spongiosum, een buisvormig zwellichaam. Dit sponsachtig weefsel wordt ook geopend om bij de plasbuis te kunnen. Om de exacte plaats van de vernauwing te bepalen voert de uroloog een katheter op tot deze vastloopt tegen de strictuur. De punt van de katheter is voelbaar voor de uroloog en geeft aan waar de urethra doorgesneden moet worden. Vanaf dat punt verwijderd de uroloog de gehele vernauwing. De beide uiteinden van de plasbuis worden ontdaan van alle littekenweefsel zodat mooi soepel en elastisch weefsel overblijft. De openingen worden wat ruimer gemaakt en vervolgens weer aan elkaar gezet. Er is een katheter in de plasbuis welke door de anastomose (nieuwe aansluiting) loopt, zodat dit goed kan genezen. De katheter wordt na twee weken verwijderd, de naad is dan waterdicht.

Reconstructieve techniek bij lange vernauwing of vernauwing uiteinde plasbuis

Als de vernauwing te lang is of aan het uiteinde van de plasbuis zit, is wegsnijden van een stuk plasbuis onmogelijk. Het aan elkaar zetten van de uiteinden lukt dan niet of levert een verkorting van de penis op. Dit kan onder meer leiden tot kromstand bij erectie. Er wordt dan voor gekozen om de plasbuis over de lengte te openen. De vernauwing bestaat uit littekenweefsel maar dit verwijderd de uroloog niet. Na het openklappen van het vernauwde gedeelte van de plasbuis is het nodig om extra weefsel aan te brengen om de plasbuis ruimer te maken en zo de vernauwing op te heffen. Het nieuwe weefsel wordt ook wel een 'graft' genoemd. Het slijmvlies dat hiervoor wordt gebruikt is afkomstig uit de mondholte. De urologen in Doetinchem gebruiken hiervoor een stukje slijmvlies dat onder de tong zit. Dit kan gemakkelijk worden verwijderd zonder dat de functie van de tong wordt aangetast. Bovendien geneest de wond in de mond zeer snel.
Dit stukje slijmvlies zet de uroloog in de plasbuis. De buitenzijde van het tong-slijmvlies is bestand tegen allerlei invloeden van buitenaf zoals zuren en chemische structuren. Dit komt aan de binnenzijde van de urethra omdat het in contact komt met passerende urine. De buitenzijde groeit door nieuwe bloedvaatjes vast in het omliggende weefsel en houdt zo de plasbuis open. De uroloog legt een katheter door de plasbuis tot in de blaas.
Meestal kan de patiënt de dag na de operatie al naar huis. De katheter blijft nog twee tot drie weken in de plasbuis. Zolang de katheter nog is ingebracht adviseren we de patiënt antibiotica te gebruiken.
Na ongeveer twee tot drie weken is de wond geheeld. De patiënt komt dan naar de polikliniek Urologie waar we opnieuw een röntgenonderzoek doen. Hij krijgt contrastvloeistof in de plasbuis gespoten en er wordt een röntgenfoto gemaakt van de plasbuis. Als er geen lekkage is wordt de katheter verwijderd en kunt u weer zelf plassen.
De eerstvolgende contole op de polikliniek is na drie maanden. Na een jaar wordt nog eens een cystoscopie gemaakt waarbij de urethraplastiek kan worden bekeken. Als na deze laatste controle nog plasproblemen ontstaan is het verstandig contact op te nemen met de uroloog.

Opnieuw problemen

Helaas is ook bij deze 'open' urehtra-reconstructies geen honderd procent succes verzekerd. Soms ontstaat een nieuwe strictuur. Dit kan een flinterdun vliesje zijn dat zich vormt op de hoekjes het ingebrachte slijmvlies. Een keer oprekken of insnijden is voldoende om dit probleem op te lossen.
Er kan ook sprake zijn van vernieuwd littekenweefsel. Afhankelijk van de ernst en de hardnekkigheid, is dan een nieuwe open operatie nodig. Hierna krijgt 80 tot 90% van deze patiënten geen problemen meer.

Zie ook:





Deel deze pagina: