KenniscentrumThemapoliklinieken › Kinderurologie urineverlies › Urineverlies bij kinderen

Urineverlies bij kinderen

Tot de leeftijd een jaar of vier is het verliezen van urine bij kinderen normaal. Als de zindelijkheidstraining niet snel genoeg verloopt, beginnen we te spreken van een kind dat last heeft van urineverlies.

Het zindelijkheidsproces is sterk bepaald door de cultuur. In Nederland waren de kinderen vroeger toen men nog katoenen luiers gebruikte, eerder zindelijk dan na de introductie van de wegwerpluier. In Afrika lijken kinderen ook eerder zindelijk te worden doordat ze langer zonder kleding rondlopen.
Volgens de definitie die is opgesteld door kinderurologen moet het kind minstens 5 jaar oud zijn voordat deze aangemerkt kan worden als incontinent. Dit heeft te maken met het voldoende ontwikkeld zijn van de blaas en het zenuwstelsel bij een kind. Om achter de oorzaken van urineverlies bij kinderen te komen, moet de urineweg en de functie in beeld worden gebracht. Het urineverlies kan in twee typen worden onderscheiden:

  • Type 1, primaire incontinentie. Het kind is nooit droog geweest.
  • Type 2, secundaire incontinentie. Het kind is droog geweest gedurende minstens zes maanden, maar daarna is het urineverlies opnieuw begonnen.
Het aantal kinderen met urineverlies is bij benadering bekend. Van deze kinderen heeft

  • 10% overdag last.
  • 75% 's nachts last.
  • 15% zowel 's nachts als overdag last.
Bij alle kinderen die net naar school toe gaan (6-7 jaar) blijkt uit onderzoek 3% van de meisjes en 2% van de jongens nog minstens één keer per dag urine verliest. Deze kinderen ervaren over het algemeen een onhoudbare aandrang om te plassen. Deze kinderen zullen door ouder worden bijna allemaal over hun incontinentie heen groeien.

Oorzaken urineverlies bij kinderen

Er zijn verschillende oorzaken voor het urineverlies:
  • De meest voorkomende is ‘blaasinstabiliteit'. Een kind krijgt dan plotseling aandrang om te plassen en haalt het toilet niet meer.
  • Daarnaast bestaat de ‘luie blaas' (Hinman syndrome of Nonneurogenic Neurogenic Bladder) waarbij de blaas zich gedurende de dag langzaam vult en een grote hoeveelheid urine kan vasthouden. Het kind houdt dan zijn plas op. Deze kinderen zijn de hele dag te druk om te plassen en leren zichzelf aan om een grote hoeveelheid urine in de blaas op te houden. Een dergelijke volle blaas begint te lekken.
  • Een andere vorm van incontinentie is ‘giechelincontinentie' waarbij het kind tijdens een lachaanval tijdelijk geen controle over de sluitspieren heeft en urine verliest.
  • Bij meisjes komt het ook voor dat ze tijdens het plassen een deel van de urinestraal in de vagina plassen. Na het opstaan van het toilet loopt vervolgens de vagina leeg en dit lijkt op incontinentie.
  • Urineverlies komt ook voor bij blaasontstekingen. De blaas wordt hierdoor zo instabiel dat zeer frequent aandrang gevoeld wordt en de urine niet kan worden opgehouden.
  • Naast lichamelijke en gedragsmatige vormen van urineverlies kan ook seksueel misbruik leiden tot een afwijkend plasgedrag en ongewenst urineverlies.
  • Het is ook mogelijk dat de urineleider niet op de juiste plaats in de blaas terecht komt, dit ontstaat al tijdens de ontwikkeling van het kind als embryo. Naast een normaal plaspatroon ontstaat dan urineverlies door continu druppelen.
Alle vormen van urineverlies bij kinderen moeten door een uroloog worden onderzocht. De huisarts of kinderarts kan uw kind doorverwijzen naar de uroloog.





Deel deze pagina: