KenniscentrumZiekte/Aandoeningblaas › urineweginfecties › Urineweginfecties

Urineweginfecties

Blaasontsteking en nierbekkenontsteking

Een infectie van de urineweg ontstaat als er te veel bacteriën in de plasbuis en de blaas terechtkomen. Hierdoor raakt het slijmvlies van de urinebuis of de blaas ontstoken (lage urineweg infectie). Als de bacterie in grote hoeveelheden op of in de slijmvliezen groeit, ontstaat er een ontstekingsreactie om deze bacteriën weg te krijgen. De symptomen van een ontstekingsreactie zijn roodheid en zwelling, in dit geval van de slijmvliezen in de plasbuis of blaas.

Een nierbekkenontsteking (pyelonefritis) ontstaat meestal door een blaasontsteking. Vanuit de blaas gaan de bacteriën via de urineleiders naar de nieren. Ze komen zo in het nierbekken. Het nierbekken is een holte in de nier. Daar veroorzaken de bacteriën een ontsteking in het nierweefsel. Het is ook mogelijk dat de bacterie in de nier komt via het bloed.

Klachten blaasontsteking

In het geval van een blaasontsteking (cystitis) kunnen de volgende symptomen optreden:
  • vaak plassen, meestal maar kleine beetjes;
  • aandrangklachten, u heeft steeds het gevoel dat u moet plassen, ook na het plassen; • pijn in de onderbuik;
  • branderig gevoel in de plasbuis bij plassen;
  • bloed in de urine;
  • troebele en vies ruikende urine;
  • urineverlies.

Klachten nierbekkenontsteking

De klachten van een nierbekkenontsteking (Pyelonefritis) zijn hetzelfde als bij een blaasontsteking. Maar de patiënt heeft vaak ook hoge koorts, last van koude rillingen en pijn in de zij of rug, misselijkheid en braken. Meestal zijn deze klachten vooraf gegaan door een blaasontsteking. Nierbekkenontsteking komt meestal maar in één nier voor.

Oorzaak

De meeste urineweginfecties zijn het gevolg van bacteriën die via de plasbuis in de blaas terecht komen. De bacteriën die normaal in de darmen aanwezig zijn (Escherichia coli of ook wel E.coli), gaan vanuit het anale gebied naar de plasbuis en zo naar de blaas.

De bacterie hecht zich aan de blaaswand en veroorzaakt zo een ontsteking. Dit komt vaker voor bij vrouwen dan bij mannen. Omdat vrouwen een veel kortere plasbuis hebben, kunnen op deze manier gemakkelijker bacteriën in de blaas terecht komen. Bovendien liggen de vagina en de urinebuis dichter bij de anus dan bij mannen het geval is.
Ook is op deze wijze een infectie van de nieren via de urineleiders mogelijk.

Als de blaas niet helemaal leeg geplast wordt en bacteriën zo meer kans krijgen zich te vermenigvuldigen zal er sneller een urineweginfectie optreden. De behandeling richt zich dan eerst op het restant van de urine in de blaas (blaasresidu). Komt de blaasontsteking telkens terug, dan kan dit duiden op een afwijking aan de nieren of de urinewegen. De uroloog zal dit onderzoeken.

Urine-onderzoek

Als de arts deze symptomen herkent zal hij proberen de diagnose te bevestigen door urine te onderzoeken. In het laboratorium wordt onderzocht welke bacteriën in de urine aanwezig zijn (urineonderzoek op sediment). Ook wordt er direct getest of de aangetroffen bacterie gevoelig is voor de behandeling met een antibioticum.

Behandeling

Een urineweginfectie kan thuis worden behandeld met het juiste antibioticum. Waarschijnlijk verdwijnen de klachten dan al snel. Het is belangrijk dat de medicijnenkuur wordt afmaakt, ook als de klachten al eerder zijn verdwenen. Te snel stoppen met een antibioticum vergroot de kans dat de ontsteking terugkomt.

Als er sprake is van hoge koorts en de patiënt erg ziek is, geldt het advies om de behandeling van een nierbekkenontsteking in het ziekenhuis te starten. Antibiotica wordt dan toegediend via een infuus zodat dit direct in het bloed terecht komt. Het is dan noodzakelijk om extra onderzoek te verrichten. Zo kunnen eventuele andere oorzaken en aandoeningen uitgesloten worden, zoals nierstenen of een uitgezette nier waardoor de urine niet naar de blaas kan stromen.
Als de behandeling met antibiotica binnen drie dagen geen verbetering oplevert, is verder onderzoek noodzakelijk. Behandeling van een ernstige nierbekkenontsteking wordt nog ongeveer veertien dagen voortgezet. Het is niet ongebruikelijk om nog weken daarna klachten van vermoeidheid te ervaren.

Terugkerende urineweginfectie

Terugkerende (recidiverende) urineweginfecties kunnen het gevolg zijn van:
  • een nieuwe infectie waarbij een nieuwe bacterie de oorzaak is.
  • een bacterie die ongevoelig is voor het gekozen antibioticum.
  • moeilijk te behandelen bacteriële nesten, zoals bij chronische prostaatontsteking of urinewegstenen. Als de ene infectie de andere opvolgt is het nodig de oorzaak te achterhalen. Dit kan een afwijking zijn in de anatomie of het functioneren van de urinewegen. Er wordt gecontroleerd op de aanwezigheid van stenen of tumoren. Ook wordt bekeken of de blaas goed leeg is na het plassen.

Bacteriurie

Bacteriurie is de aanwezigheid van bacteriën in de urine. Deze horen hier niet. Normaal gesproken is de urine vrijwel steriel. Bacteriurie komt echter vaak voor. Het kan zijn dat er ziekteverschijnselen (symptomen) worden ervaren. Meestal zijn deze er niet (asymptomatisch). Bij asymptomatische bacteriurie is er geen ontstekingsreactie van de slijmvliezen van de urinewegen. Deze vorm van bacteriurie hoeft niet behandeld te worden (tenzij dit optreedt bij een zwangerschap). Het lichaam kan in normale situaties de bacteriën zelf opruimen.

Algemene factoren die de kans op bacteriurie verhogen:
  • vrouw zijn
  • hoge leeftijd (ouderen)
  • lage oestrogeen status (menopauze)
  • zwangerschap
  • diabetes mellitus
  • eerdere urineweginfecties
  • oudere patiënten opgenomen in een verpleeghuis
  • katheter
  • stenen in de urineweg
  • structurele afwijkingen aan de urineweg en afwijkend plasgedrag
  • vergrote prostaat (prostaatlijden)

Pyurie

Pyurie is de aanwezigheid van witte bloedcellen in de urine. Dit is een teken dat de slijmvliezen van de urineweg een ontstekingsreactie doormaken. Dit is meestal het gevolg van bacteriële invasie. Er is dan sprake van een urineweginfectie.

Er zijn echter een aantal andere ziektebeelden waarbij, zonder dat er bacteriën aanwezig zijn, toch pyurie wordt gevonden. Er moet dan worden gedacht aan tuberculose, blaasstenen of kwaadaardige aandoeningen van de urineweg.

Gecompliceerde en ongecompliceerde urineweginfecties

Urineweginfecties kunnen zowel ongecompliceerd als gecompliceerd zijn.

Ongecompliceerde urineweginfectie:

Een ongecompliceerde urineweginfectie is een infectie die optreedt bij een patiënt (meestal bij vrouwen) die in principe een normaal afweersysteem heeft en geen ziekte of afwijkingen van de urinewegen heeft. Deze urineweginfecties reageren zeer snel op een korte kuur met een antibioticum.

Gecompliceerde urineweginfectie:

Bij gecompliceerde urineweginfecties kan de urineweg niet volledig normaal functioneren of zijn er anatomische afwijkingen aan de urinewegen. Ook kan er sprake zijn van andere oorzaken waardoor er een verminderde weerstand is (zoals diabetes mellitus en stoornissen aan het immuunsysteem).

Gecompliceerde urineweginfecties zijn moeilijker te behandelen. Antibiotica moet langer worden ingenomen door de patiënt. Er is een grotere kans op een nieuwe urineweginfecties, zolang de onderliggende oorzaak niet is aangepakt.

E. coli bacterie

Meer dan 85% van alle urineweginfecties ontstaan door de E.coli bacterie. Dit is een nuttige darmbacterie die van nature voorkomt in de dikke darm en daar zorgt voor de afbraak van schadelijke micro-organismen. Buiten de darmen is de E.coli minder onschuldig.
Als de bacterie via de urinebuis in de blaas terecht komt, kan hij urineweginfecties veroorzaken. De E.coli bacterie heeft celwanden die bekleed zijn met uitsteeksels, ‘pili’ genaamd. Deze werken als een soort klittenband en hechten zich vast aan de blaas en de urinewegen. Omdat ze zich vasthechten, zijn ze moeilijk weg te spoelen met de urine. Doordat de bacteriën kunnen overleven in de diepere slijmvlieslagen van de blaas zijn ze zelfs in staat antibiotica te trotseren.

Naast de E.coli worden de volgende bacteriën veel aangetroffen bij een urineweginfectie: staphylococcus saprophyticus, enterococcus faecalis, proteus mirabilis en klebsiella.

Advies en behandeling bij terugkerende blaasontsteking

  • Veel drinken.
  • Cranberry’s. In de schil van deze vruchten bevindt zich looizuur. Dit heeft een beschermende werking op de urineweg tegen infecties van de E. coli bacterie.
  • Vermijden van zaaddodende pasta (ook in condooms en pessarium). Deze middelen verminderen de hoeveelheid lactobacillen (melkzuurbacteriën) in de vagina. Daarmee krijgt de E. coli bacterie de kans om te groeien.
  • Oestrogeen behandeling. Als in de menopauze het vrouwelijke hormoon Oestrogeen vermindert, wordt het slijmvlies van de vagina en de plasbuis slechter van kwaliteit. Dit heeft een negatief effect op de hoeveelheid lactobacillen (melkzuurbacteriën) en geeft dus de E. coli meer kans om te groeien.
  • Lage dosis (onderhoudstherapie) antibiotica. Een lage dosis wordt gedurende 3 tot 6 maanden gegeven om de urine vrij van bacteriën te houden. Gedurende deze periode kan de blaas herstellen en zijn afweermechanisme opnieuw opbouwen.
  • Antibiotica na het vrijen. Vrijen kan een risicofactor zijn voor het ontstaan van blaasontstekingen. Indien er een duidelijke oorzaak is met vrijen is het mogelijk om na de geslachtsgemeenschap een dosis antibioticum te nemen.
  • Zelfstart behandeling. Indien een vrouw goed voelt aankomen wanneer een blaasontsteking ontstaat, kan zij direct beginnen met veel drinken, cranberry’s en antibiotica. De blaasontsteking wordt dan in een vroeg stadium de kop ingedrukt. Het grote voordeel is dat de schade, die door een blaasontsteking aan de verschillende afweermechanismen wordt toegebracht, veel minder groot is.