KenniscentrumZiekte/Aandoeningblaas › urineretentie › Urineretentie

Urineretentie

Niet meer kunnen plassen

Urineretentie is een ophoping van urine in de blaas omdat men niet meer kan plassen of slechts kleine beetjes plast. Retentie betekent vasthouden.
  • Acute urineretentie betekent dat het plotseling onmogelijk is om te plassen en er pijn ontstaat. De pijn is het gevolg van het uitrekken van de blaaswand.
  • Chronische urineretentie ontstaat gedurende langere tijd. De blaas wordt dan niet volledig leeggeplast omdat de blaasspier niet sterk genoeg is. De hoeveelheid urine die in de blaas achterblijft, wordt dan steeds groter. Deze vorm is over het algemeen niet pijnlijk omdat de vulling langzaam gaat.

Symptomen

Klachten die ontstaan bij een acute urineretentie ontwikkelen zich binnen enkele uren en zijn:
  • buikpijn;
  • een pijnlijke aandrang om te urineren zonder dat te kunnen.
De symptomen van een chronische urineretentie ontwikkelen zich meestal langzaam en veroorzaken geen pijn:
  • het plassen komt moeilijk op gang;
  • telkens terugkerende aandrang tot plassen;
  • een opgezette buik;
  • een slappe urinestraal die eindigt met druppelen;
  • kleine beetjes urine verliezen.

Oorzaken urineretentie

Als druk van buiten op de plasbuis wordt uitgeoefend, kan dat de urinestroom tegenhouden en zo acute of chronische urineretentie veroorzaken.

Bij mannen kan urineretentie het gevolg zijn van:
  • Een goedaardige of kwaadaardige prostaatvergroting.
  • Een prostaatabces (met pus gevulde zwelling), een plasbuisvernauwing (urethrastrictuur)of een vernauwing van de voorhuid (phimosis).
  • Een vernauwing van de blaasuitgang door een goedaardige prostaatvergroting ( BPH). De prostaat ligt om de urinebuis heen. Als de prostaat groeit kan deze de urinebuis dichtdrukken. Dit leidt tot een vernauwing of afsluiting van de blaasuitgang (obstructie). Hierdoor kan de urine moeilijk uit de blaas en ontstaan plasproblemen.
  • Verminderde spierkracht in de blaaswand. Onder andere door zenuwbeschadiging.
Bij vrouwen kan urineretentie het gevolg zijn van:
  • Vaginale verzakkingen dan wel van blaas, rectum of baarmoeder.
  • Afwijkingen van de plasbuis.
  • Operaties voor urineverlies.
  • Tumoren in het kleine bekken.
  • Fowler Syndroom; overactiviteit van de plasbuis-sluitspier.

Risicofactoren

Risicofactoren die de kans op urineretentie vergroten:
  • In korte tijd veel (alcohol) drinken. Vooral als er al sprake is van een prostaatobstructie (man);
  • De verwijdering van een katheter;
  • Medicijnen;
  • Operaties;
  • Bloeding in de blaas;
  • Pijn in het bekken;
  • Onbeweeglijkheid na een operatie;
  • Schade aan zenuwen;
  • CVA (herseninfarct);
  • Dwarslaesie;
  • Trauma van de plasbuis;
  • Obstipatie
  • Blaasschade door diabetes mellitus.

Behandeling urineretentie


Bij een urineretentie is het van belang om de urine weg te laten stromen omdat anders schade aan de nieren ontstaat.
Het plaatsen van een katheter waardoor de urineafvoer plaats vindt, zal de klachten direct verminderen.
Het inbrengen van een slangetje via de plasbuis is de beste oplossing. Als dat niet mogelijk is zal de uroloog het slangetje via de buikwand in de blaas brengen (suprapubische katheter).

Eventueel moet verder onderzoek uitwijzen wat de oorzaak is van de urineretentie en of er gevolgen zijn. Daarna kan een behandeling volgen die op de oorzaak is afgestemd.

Kans op herhaling

Als een risicofactor de urineretentie heeft uitgelokt, ontstaat meestal geen nieuwe retentie na verwijdering van de katheter.
In andere gevallen ontstaat bij 50% een nieuwe retentie binnen een week. In 70% van de gevallen treedt de retentie opnieuw op binnen 1 jaar.