KenniscentrumZiekte/Aandoeningnieren en bijnieren › UPJ stenose › UPJ stenose (subpelviene stenose)

UPJ stenose (subpelviene stenose)

Vernauwing tussen nierbekken en urineleider

Stenose betekent vernauwing. Bij een UPJ stenose is de uitgang van het nierbekken naar de urineleider vernauwd maar niet helemaal dicht.
De nieren verwijderen water en afvalstoffen uit het bloed en voeren deze als urine af naar de blaas.
De vernauwing zorgt ervoor dat de urine moeilijk uit het nierbekken wegstroomt. Omdat de urine door een te smalle uitgang moet, neemt de druk in het nierbekken toe. Door de druk ontstaat pijn en kan de nierfunctie kan verslechteren.

Functie van de nieren

De nieren liggen aan de achterkant van het lichaam, ongeveer ter hoogte van het middel, zowel aan de linker- als rechterzijde. Het zijn boonvormige organen die ongeveer zo groot zijn als een vuist. De nieren fungeren als een enorme zeef, ze verwijderen water en afvalstoffen en scheiden deze uiteindelijk uit als urine uit. De urine komt via de urineleider in de blaas terecht.

Zie ook uitgebreide uitleg over functie van de nieren.
Anatomische weergave van een nier. (bron wikipedia)

De nier bestaat uit drie delen: het nierschors (cortex), het niermerg (medula) en het nierbekken (pyelum).
In de nierschors bevindt zich een filtersysteem waar het bloed doorheen stroomt. Door de bloeddruk wordt het bloed door deze filter gezuiverd van de afvalstoffen en overtollig water. Zo ontstaat voorurine. De voorurine bevat zowel afvalstoffen als stoffen die belangrijk zijn om te behouden. Deze voorurine legt een ingewikkelde weg af door de niermerg, waar de nog waardevolle stoffen worden behouden en de afvalproducten worden uitgescheiden. De niermerg is een systeem van verzamelbuisjes die allen samenkomen in het nierbekken. Uiteindelijk komt de urine in het nierbekken. Het nierbekken loopt over in de urineleider. Dit is een smalle maar gespierde buis die uitmondt in de blaas.

Uretero pelvic junction (UPJ)

De overgang van het nierbekken naar de ureter (urineleider) heet de UPJ (uretero-pelvic junction). Deze overgang kan vernauwd (stenotisch) zijn. De urine kan er wel doorheen. Als er veel urine tegelijk in het nierbekken terecht komt, moet dit allemaal door deze smalle uitgang. De druk in het nierbekken neemt daardoor toe. In eerste instantie zal het bekken hierdoor wat wijder worden. Als dit snel ontstaat voelen we dit als pijn in de flank.
Een typisch moment waarop dit gebeurd is tijdens het drinken van bier. Meestal wordt er dan veel urine tegelijk geproduceerd. Het kan niet allemaal tegelijk door de uitgang en levert typische 'bierkolieken' op. Dit wordt beschreven als een snel opkomende drukkende pijn in de flank die gepaard gaat met de behoefte om te bewegen en soms zeer intens kan zijn.

Aangeboren afwijking

Een UPJ stenose is een aangeboren afwijking die vaker in bepaalde families voorkomt. Soms wordt dit al bij een foetus gediagnosticeerd. Op de zwangerschapsecho ziet de gynaecoloog of echoscopist dan eenzijdig of aan beide zijden een opgezet nierbekken.
De aandoening kan ook lang onopgemerkt blijven en ineens op latere leeftijd opspelen. Het is niet duidelijk waarom er na al die jaren dan ineens klachten ontstaan.
In sommige situaties wordt een UPJ stenose nooit opgemerkt maar gaat de nierfunctie aan de aangedane zijde langzaam achteruit. Omdat de andere nier al het werk voor zijn rekening neemt valt dit niet op. Dit kan een reden zijn om families waarin UPJ stenose voorkomt, te controleren.

Reden voor behandeling

Er zijn drie belangrijke redenen om iets te doen aan een UPJ stenose. Natuurlijk is de achteruitgang van de nierfunctie een belangrijke reden. De nier moet beschermd worden voor verder nierfunctieverlies. Ook klachten zoals kolieken zijn een goede reden om in te grijpen. Als er urineweginfecties of nierstenen voorkomen bij een stenose is dit een indicatie voor een operatie.

Diagnose stellen

De UPJ stenose is een afwijking in de anatomie met een functiebeperking als gevolg. De afwijking is veelal herkenbaar op een CT-scan. We zien dan de uitgezette afvoerwegen van het niermerg. Soms is ook de vernauwing goed in beeld te brengen.
Hoewel de afwijking mooi te zien is weten we op dergelijke foto's nog niet of de vernauwing ook werkelijk de urine tegenhoudt. Hiervoor is een onderzoek nodig om vast te stellen of de urine het vernauwde segment moeilijk kan passeren. Dit onderzoek heet een renogram.

Oorzaak vernauwing

De meest voorkomende oorzaak van de vernauwing is een niet goed functionerend spiersegment in de overgang van het nierbekken naar de urineleider. Hierdoor is deze spastisch en vernauwd. Ook zien we soms een bloedvat dat de onderkant van de nier van bloed voorziet kruisen met de urineleider. Dit bloedvat kan de oorzaak zijn van de vernauwing.

Behandeling

De enige manier om een UPJ stenose te behandelen is door te opereren. Als de oorzaak een overkruisend bloedvat is dan moet dit verlegd worden. Het bloedvat kan niet worden doorgesneden omdat dan de onderkant van de nier geen bloed meer krijgt en afsterft. Maar, de urineleider kan wel worden doorgesneden worden en aan de andere zijde van het bloedvat weer aan elkaar worden gezet. Op deze wijze klemt het bloedvat de urineleider niet meer af.

Een spiersegment dat de vernauwing veroorzaakt moet tijdens een operatie worden verwijderd of ingesneden. Insnijding was enige jaren populair maar leverde te weinig resultaat op, alleen als een ervaren uroloog de insnijding doet, is dit een optie. Met de komst van laparascopische operatietechniek komt de insnijding nog maar weinig voor.
Laparoscopisch opereren is de medische term voor een kijkoperatie in de buik. Deze techniek kan voordelen bieden boven de traditionele 'open' operatie.

Operatie met een snee in de zij

De ouderwetse manier is om de nier te benaderen via een snee in de zij. De nier wordt opgezocht en iets gekanteld zodat de vernauwing zichtbaar is. De vernauwing van de urineleider wordt weggesneden en de twee uiteinden worden aan elkaar gehecht. De snee is weliswaar klein maar zeker meer belastend voor een patiënt dan de sleutelgat operatietechniek (laparascopisch). Alleen bij zeer moeilijke gevallen is het nog nodig om de operatie met een snee in de flank te doen.

Laparascopische operatie

De laparoscopische methode is het meest populair. Er worden een paar kleine sneden gemaakt waardoor buisjes tot vlak bij de nier worden ingebracht. Door de buisjes worden een camera en instrumenten naar binnen gebracht. Deze operatiemethode is veilig en geeft dezelfde resultaten als de ouderwetse manier van opereren. Na de operatie blijft er een slangetje achter in de urineleider tot in de blaas. Zo kan het geopereerde gebied beter genezen. Het slangetje wordt er na een aantal weken uitgehaald via een poliklinische blaasspiegeling (cystoscopie).
De herstelperiode na de laparoscopische methode is zeer kort. De opnameduur is één tot drie dagen.
Het is mogelijk dat er na de operatie opnieuw een vernauwing ontstaat door de vorming van littekenweefsel. Dit komt echter maar zelden voor.


Deel deze pagina: