KenniscentrumMaterialenKatheters › Blaaskatheter › Blaaskatheter

Blaaskatheter

Deze tekst is bestemd voor zorgverleners

Een blaaskatheter, een dun buisje dat in de blaas is ingebracht, zorgt ervoor dat urine uit de blaas kan stromen. Dit kan continu naar een opvangzak (beenzak of nachtzak) stromen of intermitterend via een katheterventiel.
Het kan noodzakelijk zijn om een katheter aan te brengen na bijvoorbeeld een operatie of als er sprake is van urineretentie.

Vullen van de ballon

Aan het uiteinde van de katheter zit een ballonnetje. Deze ballon zit na het inbrengen in de blaas. De ballon voorkomt dat de katheter uit de blaas valt. Via het ventiel wordt de ballon met een steriele water/glycerine-oplossing gevuld, standaard met 10 ml., tenzij anders aangegeven staat op het ventiel van de katheter.
Zorg ervoor dat de ballon op de juiste manier gevuld wordt. Vul je de ballon met minder water dan op de katheter vermeldt staat, dan kan de ballon asymmetrisch worden. Hierdoor is de kans dat de katheter er uitvalt groter. Vul je de ballon met minder water omdat de patiënt last heeft van blaaskrampen, vul dan eerst de ballon met de juiste hoeveelheid en haal er vervolgens zoveel uit tot de gewenste vulling is bereikt.

Drinken

Voor mensen met een katheter is het erg belangrijk om voldoende te drinken. Zij moeten proberen om twee liter vocht per dag tot zich te nemen. Dit vermindert de kans op blaasinfectie, blaaskrampen en verstoppingen van de katheter.



Inbrengen van katheter via de urinebuis (urethra)

De urethrale katheter wordt via de urinebuis ingebracht. Het is belangrijk om schoon en hygiënisch te werken. De uitgang van de urinebuis wordt schoongemaakt met in schoon kraanwater gedrenktenatte gazen. Hierna wordt een glijmiddel (instillagel) in de urinebuis gespoten. Dit kan een branderig gevoel geven bij de patiënt. Breng ook glijmiddel op de katheter aan. Hierdoor gaat het inbrengen makkelijker en is het minder pijnlijk voor de patiënt. Het is aan te bevelen om ruimschoots glijmiddel te gebruiken. Bij mannen gebruik je minimaal 11 ml. glijmiddel.

Belangrijk

  • Zorg voor goed zicht op de opening van de urinebuis, schuif  indien nodig de voorhuid goed terug achter de eikel; n.b. vergeet niet na het inbrengen van de katheter de voorhuid weer terug over de eikel te schuiven.
  • Scholing is noodzakelijk om mannen en vrouwen te kunnen katheteriseren. Het betreft een voorbehouden handeling.
  • Het is belangrijk dat de patiënt tijdens het katheteriseren plat ligt en zich goed ontspant.

Mogelijke complicaties of laesies

Mogelijke laesies of complicaties die kunnen ontstaan na het inbrengen van een transurethrale katheter zijn:

Inbrengen van katheter via de buikwand (suprapubisch katheter)

De buikkatheter (suprapubisch) wordt onder plaatselijke verdoving ingebracht. De uroloog maakt een klein sneetje in de buik, net boven het schaambeen en maakt met behulp van een trocart een gaatje door de buikwand in de blaas. Door een hol buisje dat achterblijft, kan zo de katheter in de blaas worden opgevoerd. Voor het inbrengen van een buikkatheter is het belangrijk dat de blaas goed gevuld is. Het inbrengen vindt altijd plaats onder geleiding van een echo. Patiënten die bloedverdunners gebruiken moeten minimaal 5 dagen voor de ingreep gestopt zijn.
Op de katheter kan een been- of nachtzak aangesloten worden Ook kan gebruik worden gemaakt van een katheterventiel. Voordeel hiervan is dat spontane mictie mogelijk blijft. Er kan via het katheterventiel gecontroleerd worden of er residu is na mictie.


Urine-opvangzak

Er zijn zakken voor de dag (beenzak) en voor de nacht (nachtzak). Dagzakken hebben doorgaans een inhoud van 500 of 750 ml. De zak wordt met behulp van banden op het been bevestigd zijn. Nachtzakken zijn grotere zakken met een inhoud vakatheterstopjen 1500 of 2000 ml. en met een langere afvoerslang. Deze zak kan met behulp van een bedhanger aan het bed gehangen worden of op de grond in een bak worden gelegd.
De nachtzak wordt aan de beenzak gekoppeld. 's Ochtends wordt de nachtzak afgekoppeld en doorgespoeld met water waarna het mogelijk is om ze opnieuw te gebruiken. Been- en nachtzakken kunnen gemiddeld 5 dagen gebruikt worden.

Katheterstop

Een katheterstop kan gebruikt worden als tijdelijke afsluiting tijdens het douchen of het nemen van een bad. De beenzak wordt dan afgekoppeld en een katheterstopje, een soort plug, wordt op de katheter geplaatst. Na de wasbeurt wordt de stop weer verwijderd en de beenzak aangesloten.