Botox-therapie

Bij een overactieve blaas

Botox is een afkorting voor Botuline toxine. Dit is een natuurlijk gif, een neurotoxine, dat gemaakt wordt door een bacterie (Clostridium botulinum). Botox blokkeert de zenuwfunctie en werkt als een soort spierontspanner.

 

Toepassing van Botox

Botox wordt voor veel verschillende aandoeningen gebruikt. De bekendste toepassing is de behandeling van rimpels in het gezicht. Maar Botox wordt ook gebruikt bij patiënten met een zenuwafwijking in de spastische spieren. Daarnaast werkt Botox effectief tegen overmatig zweten.

In de Urologie wordt Botox gebruikt om een overactieve blaas rustig te maken. De overactiviteit van de blaas kan vele oorzaken hebben, maar leidt altijd tot het gevoel vaak naar het toilet te moeten en soms tot ongewenst urineverlies.

Werking Botox

De behandeling van een overactieve blaas met Botox houdt in dat er een injectie gegeven wordt in de blaasspier. Als Botox in de blaasspier wordt gespoten dan werkt dit op de plek waar de zenuw aan de spier vastzit. De Botox hecht zich aan de zenuw en voorkomt hier dat de stof acetycholine overgedragen wordt aan de spier. Hierdoor kan de spier niet meer samentrekken. Deze spier vermindert in kracht en grootte.

Na een aantal maanden gaat de spier toch weer samentrekken. Dit komt doordat de zenuw een nieuwe uitloper maakt die de spier weer aanstuurt. De behandeling moet dan herhaald worden. De Botox die zich niet hecht aan een zenuw wordt binnen 24 uur door het lichaam afgebroken.

Wijze van toediening

Op de operatiekamer wordt onder narcose of na een ruggenprik in de blaas gekeken (cystoscopie). Via de scoop wordt een lange naald opgeschoven naar de blaas. Deze naald zal op 25 verschillende plaatsen in de blaasspier worden gestoken. Er wordt een verdunde botoxoplossing van 1 ml per prik achtergelaten.

Resultaat

Binnen 7 dagen worden de eerste effecten waargenomen. Maar het kan een maand duren voordat het volledige effect voelbaar is. Gemiddeld blijft het effect 6 tot 9 maanden aanwezig. Daarna neemt het langzaam af. Het is mogelijk om daarna een nieuwe botox-injectie uit te voeren.

Bijwerkingen

  • Urineretentie. Als de behandeling té goed werkt kan de blaasspier zo veel kracht verliezen dat plassen onmogelijk wordt. Zelfcatheterisatie moet dan worden gestart.
  • Bloed in de urine (hematurie);
  • Urineweginfectie;
  • Algemene zwakte, moeilijkheden met slikken, dubbelzien.

Niet gebruiken

Botox mag niet worden gegeven als de patiënt lijdt aan myasthenia gravis (spierziekte) of hemofilie (bloedziekte). Ook zwangeren en vrouwen die borstvoeding geven mogen zich niet met Botox laten behandelen.